Informatie extra ondersteuning

Extra ondersteuning voor leerlingen met een grotere of meer complexe onderwijs- en ondersteuningsbehoefte vindt binnen ons samenwerkingsverband plaats op twee fronten. Enerzijds kunnen scholen extra kennis en vaardigheden inwinnen, om daarmee zelf de leerling beter te ondersteunen. Anderzijds kan extra ondersteuning aangevraagd worden.

Het samenwerkingsverband heeft de volgende definitie voor Extra ondersteuning geformuleerd:
Leerlingen die zich niet naar hun eigen capaciteiten ontwikkelen op leren en gedrag, én waarbij sprake is van handelingsverlegenheid van het onderwijs, kunnen in aanmerking komen voor extra ondersteuning. Uitgangspunt daarbij is en blijft de basisondersteuning/basiskwaliteit. De hardnekkigheid en/of de ernst van de problematiek spelen/speelt daarbij een belangrijke rol.

Samenwerken in de wijk
De basisscholen in Apeldoorn zijn over 4 wijken verdeeld. Iedere wijk heeft haar eigen zijn eigen vaste medewerkers, die de school en haar medewerkers kunnen ondersteunen in het geven van passend onderwijs aan de leerlingen. Per wijk vindt iedere 6 weken een wijkoverleg plaats, waarbij men onderling casuïstiek kan bespreken.

Het gezin, de school en de omgeving waarin een kind opgroeit, zijn belangrijk voor zijn ontwikkeling. Iedere school heeft een eigen kernteam, waarin leerlingen besproken kunnen worden, bestaande uit:

  • een interne begeleider van de school
  • de gedragswetenschapper vanuit het SWV
  • de maatschappelijk werker en de jeugdverpleegkundige uit het CJG.

Extra ondersteuning voor de leerling

Als de leerling een specifieke onderwijs- of ondersteuningsbehoefte heeft, die niet door de school vervuld kan worden, kan hiervoor door de school een aanvraag bij het samenwerkingsverband worden ingediend via Kindkans.

Een aanvraag voor extra ondersteuning gebeurt altijd in overleg met:

  • de leerkracht
  • de intern begeleider
  • de gedragswetenschapper
  • de ouder(s)/verzorger(s) van de leerling

Vervolgens wordt de aanvraag besproken in het overleg met de wijkcoördinatoren. Daar wordt bepaald welke extra ondersteuning wordt ingezet, hoeveel en voor hoe lang. Er kan indien de vraag de wijk overstijgt, overleg plaats vinden in het MDO.

Tot slot moet de school voor elke leerling met extra ondersteuning een Ontwikkelingsperspectief (OPP) beschrijven. Het Ontwikkelingsperspectief  bevat ten minste informatie over het uitstroomperspectief van de leerling (naar welke onderwijssoort in het voortgezet onderwijs stroomt de leerling naar verwachting uit), inclusief de onderbouwing. De onderbouwing dient  ten minste een weergave te bevatten van de belemmerende en stimulerende factoren, die van invloed zijn op het onderwijs aan de  leerling. Daarnaast worden, indien van toepassing, tussen doelen vastgelegd voor de vakgebieden technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en rekenwiskunde. De doelen worden geëvalueerd en weer opnieuw bijgesteld. Het uitstroomperspectief wordt vastgesteld. Verder wordt de te bieden ondersteuning beschreven en indien aan de orde de afwijkingen van het lesprogramma. Er kan ook een OPP worden gemaakt voor de sociaal emotionele ontwikkeling van de leerling of de combinatie van leren en gedrag.

SBO / SO plaatsingen

Nieuws

  1. Terugblik lezing ‘TOS in de klas’ door Bernadette Sanders van 10 oktober 2018 Lees meer
  2. Terugblik themasessie ‘Uitdagend onderwijs voor begaafde leerlingen’ door Yvonne Janssen (3-10-2018) Lees meer
  3. Jaarkalender voor scholen 2018-2019 Lees meer
  4. Terugblik lezing ‘Als het moeilijk wordt…’ door Kees van Overveld van 26 september 2018 Lees meer
  5. Terugblik themasessie Verschil is ‘mooi gewoon’ door Maud Wilms van 12 september 2018 Lees meer